Boekpresentatie Hāfu2Hāfu en waarom dit mij als niet-Hāfu toch zo raakte

IMG_7694
Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest

Soms kom je van die mensen tegen waarvan je denkt: “die moet ik in de gaten houden, want die gaat iets bijzonders doen.” Tetsuro Miyazaki is zo iemand. Ik ontmoette hem jaren geleden via mijn broertje die toen, net als Tetsuro, aan Kendo deed. Nu heeft Tetsuro een fotoboek uitgebracht over zijn bijzondere project Hāfu2Hāfu. Een briljant project wat ik vanaf het begin heb gevolgd, tot de boekpresentatie afgelopen week. Het project gaat alles behalve over mij, maar heeft me toch enorm geraakt. Ik vertel je er graag meer over in dit artikel!

Tetsuro groeide op in België, als kind van een Japanse vader en een Belgische moeder. Een bijzondere combinatie, wat niet eens per se voor de nodige vragen zorgde tijdens het opgroeien. Tot het WK van 1986. Zijn vriendjes vroegen: “voor wie ben je?” Antwoordde hij “België”, was de vraag “maar waarom niet Japan?” en andersom. Pas toen Tetsuro zelf vader werd, begon hij zich af te vragen hoe andere half-Japanse mensen omgaan met die dualiteit binnen hun identiteit.

Hāfu2Hāfu: een internationaal project

Het fotoproject Hāfu2Hāfu begon als persoonlijke zoektocht naar anderen die, net als Tetsuro, “hāfu” zijn – Japans voor biracial met één Japanse ouder. Wat begon in Amsterdam groeide al snel uit tot een internationale operatie: inmiddels heeft Tetsuro van de 193 mogelijke combinaties zo’n 100 op de foto gezet. Bij elke foto deelt hij enkel een vraag van de gefotografeerde: wat zou jij graag aan andere hāfu’s willen vragen? Een snelle blik in het boek levert vragen op die variëren van “eet je liever met chopsticks of met mes en vork?” tot “was je leven makkelijker geweest als je in “het andere land” was opgegroeid?”

Meer nog dan prachtige foto’s, levert het boek interessante vragen op die gaan over identiteit, loyaliteit naar je ouders en je vader – en/of moederland, ergens bij willen horen en verbinding. Vragen die tijdens de boekpresentatie en daarop volgende interactieve workshop ook aan bod komen. En: vragen die mij een tikkeltje onverwachts aan het denken zetten over mijn eigen identiteit.

Waarom raakt het Hāfu2Hāfu project mij als niet-hāfu zo?

Ik ben geen hāfu, nog niet bijna. Mijn ouders zijn allebei Nederlands, hun ouders alle vier ook. Ik ben op papier zo Nederlands als maar zijn kan – en toch zeg ik er altijd “op papier” bij. Voor wie het niet weet: ik ben opgegroeid op Aruba, van mijn 4e tot mijn 19e woonde ik daar. Het was altijd al een dingetje – waar “hoor je bij”? Mijn Arubaanse vriendjes en vriendinnetjes bleven mij zien als die makambahoewel ik me echt niet Nederlands voelde. Ik grapte altijd: ik ben een omgekeerde bounty – wit van buiten maar donker van binnen.

bounty

 

Ik herken me dan ook heel erg in de zoektocht van Tetsuro, en andere hāfu’s: waar hoor je bij? Wat bepaalt je identiteit – is het waar je woont, waar je je thuis voelt, waar je vandaan komt? Voor mij krijgt het nog een extra dimensie doordat je aan mijn buitenkantje niks anders ziet dan Nederlands. Want iedereen gaat er gemakshalve vanuit dat dat is wat ik ben, maar zo voelt het lang niet altijd.

Home is where you make it

Zeker in tijden waarin er volgens mij steeds meer mensen komen van verschillende achtergronden, zowel qua bloed als qua cultuur, zijn deze vragen interessant, maar ook verwarrend. Wat me daarom het meest raakte in Tetsuro’s verhaal, is dat hij vertelde over hoe er hele communities zijn, zowel online als offline, van hāfu’s. Ze komen bij elkaar of praten online over de dingen waar ze tegenaan lopen, vinden steun en herkenning bij elkaar. Hij noemde het gekscherend een “zelfhulpgroep” maar ik kan me alleen maar indenken hoe fijn het is: niemand begrijpt je zo goed als iemand die precies weet waar je het over hebt, en dat kan alleen als je het zelf hebt meegemaakt.

Ergens voelt dit project daarom als thuiskomen. “Thuis” heeft voor mij een bijzondere, dubbele en soms ronduit ingewikkelde betekenis. Vraag me waar mijn “thuis” is en ik ben zo iemand die zegt “where you make it”. Want dat heb ik geleerd van nergens echt bijhoren: thuiskomen doe je vooral bij jezelf. En, zo blijkt maar uit het project van Tetsuro, bij mensen die je begrijpen.

Hoe fijn is het dat die er zijn.

Meer weten over het Hāfu2Hāfu project, bijdragen of het boek bestellen? Klik dan HIER. Je kunt het project ook volgen op Facebook en Instagram.

Ik ben wel benieuwd: voel jij je weleens buiten de boot vallen door je uiterlijk, waar je bent opgegroeid of het feit dat je ouders hebt van verschillende nationaliteiten? Praat mee in de comments! 

Deze post heeft 4 reacties

  1. Superinterresant! Dit onderwerpen komt vaak naar voren als ik met mensen aan de slag ga. Ook in mijn eigen leven heeft het een grote rol gehad als halve turk. Ik ben islamitisch opgevoed maar zat wel op een katholieke school.
    Inmiddels leef ik al jaren met een gelijksoortige mindset als jij. Ik ben overal thuis!

    1. Hee! Super tof, overal thuis zijn is sowieso een goed idee 😉 Op welke manieren komt dit onderwerp in jouw werk naar voren?

  2. Hoi Merel!
    Ook ik was bij de presentatie van Tetsuro’s boek en – verwacht – geraakt. Je omschrijft het mooi, zo heb ik er ook over gemijmerd.

    Ik heb een paar dubbelbloed vrienden (waaronder, Frans, Italiaans en Japans) en mijn vriend is half Hongaars. “Hoe komt dat toch?” denk ik dan. Ik vermoed dat het veel te maken heeft met ‘die andere kant niet kennen’ en in mijn geval is dat mijn moeder. Zij overleed toen ik net geen twee was. Hoe dat een plek krijgt in je leven is persoonlijk, net als bij geadopteerde kinderen. En dat vond ik ook zo mooi duidelijk worden in het verschil in beleving tussen Tetsuro en zijn zus.

    Wat me raakte is dat Tetsuro vragen krijgt die over zijn uiterlijk gaan, en die krijg ik niet. Want je ziet niks. Wat jij ook omschrijft.

    Ik heb een moeder; mijn vader hertrouwde.
    Mijn moeder (niet biologisch) had een horecabedrijf. (Ze leeft nog hoor, ze is met pensioen) En ik werkte daar vaak achter de bar. Dan ben je in de kijker en subject voor vergelijk, zeker met een borreltje op.
    Ik vergeleek de mensen aan de andere kant van de bar met de muppets, weetjewel, die oude mannetjes op hun balkon. En ik was de muppetshow, samen met mijn moeder.

    Zodra er opmerkingen kwamen over onze ontbrekende uiterlijke gelijkenis, (ik ben blond met krulhaar, ben lang en tenger. Mijn moder is vrij klein, met donkerbruin recht haar en aan de mollige kant) gniffelden we samenzweerderig. Want wat er bijna altijd gebeurde was dat mensen gingen zoeken en altijd wel iets vonden: “Dezelfde ogen” En mijn moeder lachte op zijn Gronings: “Ze kan net zo zwart (lees: chagrijnig) toekijken als ik”

    Ik ken mijn ‘moederland’ niet in zekere zin.
    Er mist eenvoudig weg iets, maar dat zie je niet.

    Toen ik zelf moeder werd kwam dat weer sterk omhoog, dat gemis, van gehoord en gezien worden. bevraagd worden. Maar..”Hoe belangrijk is het om je ouders te kennen”? (1 van de vragen uit hafu2hafu) En: “Hoe belangrijk is het om je DNA te weten?” Zulk verfrissende vragen.

    Ik kreeg geen vragen over de genen die ik doorgaf, of ik er meer van wilde weten, en of ik gelijkenissen vermoedde tussen mijn moeder en mijn zoon. En dat kan heel eenzaam voelen. Dus ja, inderdaad, dat de bijvangst van hafu2hafu community building is, vond ik ook hartverwarmend. Ik heb het boek besteld, de vragen zijn zo sterk, vind ik. En daar beweegt alles omheen.
    jij bedankt ook voor het delen van jouw verhaal, leuk!!

    Hartelijks, Marloes

    1. Hee Marloes, wat tof om van je te horen. Mooi hoe afkomst – en alle bijkomende vragen, opmerkingen en twijfels enzo – voor iedereen anders is. Én super chill om dan mensen te spreken die je toch een beetje “snappen”! Tenminste, dat vind ik… Dankjewel voor je reactie!

Geef een reactie

Populaire posts

Sluit Menu

Bedankt voor
je inschrijving!